Eerlijk gezegd is dit een vraag die ik steeds vaker tegenkom. Van mensen die dromen van een eigen plek aan zee, in de bossen of gewoon ergens rustig – maar die ook nuchter genoeg zijn om te vragen : wat levert het eigenlijk op ? En is een transporteerbaar huis echt een serieus alternatief, of is het gewoon een hippe trend die over twee jaar vergeten is ?

Laten we het gewoon eerlijk bekijken.

Wat is een transporteerbaar huis eigenlijk ?

Een transporteerbaar huis – ook wel een verplaatsbaar huis of tiny house op wielen – is precies wat de naam zegt : een woning die je kunt verplaatsen. Geen fundering, geen vaste locatie, geen jarenlange bouwvergunning aanvragen. Je koopt het, je plaatst het, en als de situatie verandert… je verplaatst het gewoon. Als je meer wilt weten over de verschillende modellen en mogelijkheden, kun je een kijkje nemen op https://maisontransportable.com – daar vind je een goed overzicht van wat er op de markt is. Dat idee spreekt veel mensen aan, en dat begrijp ik wel.

De prijzen variëren enorm. Een eenvoudig model start rond de 30.000 à 50.000 euro, maar voor een goed afgewerkt, duurzaam model met isolatie, zonnepanelen en een degelijke keuken zit je al snel aan 80.000 tot 120.000 euro. Niet niks.

En een klassieke tweede woning ?

Een klassieke vakantiewoning – denk aan een chalet in de Ardennen, een appartementje aan de kust of een vrijstaand huisje op Texel – is een heel ander verhaal. De instapprijs ligt doorgaans hoger, vaak vanaf 150.000 euro voor iets bescheidents, en in populaire regio’s praat je al snel over 250.000 euro of meer.

Maar je koopt wel iets tastbaars. Iets met een adres. Iets dat vergund is, verzekerd is, en dat je in de meeste gevallen ook vrij makkelijk kunt verhuren via platforms zoals Airbnb of Booking.

De voor- en nadelen eerlijk tegenover elkaar

Transporteerbaar huis : voordelen

De instapkosten zijn lager. Je hebt meer vrijheid van locatie. Onderhoud is vaak eenvoudiger. En als je van een minimalistische levensstijl houdt, past dit erbij.

Transporteerbaar huis : nadelen

En hier wordt het wat minder rooskleurig. Je hebt een standplaats nodig – en die zijn niet altijd makkelijk te vinden of te huren. De regelgeving verschilt per gemeente, en in veel gevallen mag je zo’n woning niet officieel als bewoning registreren. Dat maakt verhuur ook ingewikkelder. Banken zijn bovendien terughoudend om een hypotheek te geven op een rijdende woning, dus je betaalt in de meeste gevallen cash.

Klassieke vakantiewoning : voordelen

Vastgoed stijgt historisch gezien in waarde. Je kunt het verhuren en er een stabiel rendement op halen – op populaire locaties zoals de Waddeneilanden of de Veluwe praat je al snel over 4 tot 6% bruto rendement per jaar. Je kunt het financieren met een hypotheek. En je hebt rechtszekerheid.

Klassieke vakantiewoning : nadelen

Het is duurder om in te stappen. De kosten koper, notariskosten, eventuel overdrachtsbelasting… dat telt allemaal mee. En als je het wil verhuren, is er onderhoud, verzekering, beheer – dat kost tijd of geld.

Wat levert het meer op ?

Op vlak van rendement op lange termijn wint de klassieke vakantiewoning in de meeste gevallen. Vastgoed op populaire toeristische locaties – zeker in schaarse regio’s zoals de Waddeneilanden – heeft de afgelopen jaren forse waardestijgingen laten zien. Een vakantiewoning op Texel die je in 2015 kocht voor 180.000 euro, is vandaag misschien wel 280.000 of 300.000 euro waard. Dat is geen uitzondering.

Een transporteerbaar huis deprecieert daarentegen vaker – net zoals een caravan of een boot. Het is geen onroerend goed in de juridische zin, en dat heeft fiscale en financiële gevolgen.

Maar misschien is het niet alleen om geld te verdienen ?

Dat is ook een eerlijke vraag. Want niet iedereen investeert puur voor het rendement. Sommige mensen willen een plek die écht van hen is, een plek om even helemaal weg te zijn. En misschien is een transporteerbaar huis voor hen de perfecte oplossing – goedkoper, flexibeler, en minder gedoe.

Ik denk dat het ook afhankelijk is van je levensfase. Jonge mensen die nog niet weten waar ze willen zijn over vijf jaar ? Misschien past een verplaatsbare woning beter. Iemand van veertig met een vast inkomen die wil investeren voor de toekomst ? Dan is een klassieke vakantiewoning waarschijnlijk een veiligere keuze.

Praktisch : waar begin je ?

Als je serieus overweegt om te investeren in een tweede verblijf – of het nu verplaatsbaar is of niet – zijn er een paar dingen die je echt moet checken :

1. Regelgeving op de gewenste locatie. Niet overal mag je een tweede woning verhuren. En zeker bij transporteerbare woningen is de regelgeving een doolhof.

2. Financiering. Voor een klassieke woning kun je een hypotheek aanvragen bij de bank. Voor een transporteerbaar huis moet je in de meeste gevallen met eigen middelen of een persoonlijke lening werken.

3. Verhuurpotentieel. Een vakantiewoning op een eiland of in een toeristisch gebied verhuurt veel makkelijker dan een huis op een veld ergens in de Achterhoek. Locatie blijft koning.

4. Langetermijnvisie. Wil je over tien jaar verkopen met winst ? Dan is vastgoed bijna altijd veiliger dan een verplaatsbare woning.

Conclusie : wat kies je ?

Als puur financiële investering – en zeker als je het ook wilt verhuren – wint de klassieke vakantiewoning in de meeste gevallen. Meer zekerheid, meer verhuurmogelijkheden, en op termijn meer waardestijging.

Maar als je op zoek bent naar vrijheid, flexibiliteit, en een lager instapbedrag, kan een transporteerbaar huis een interessante niche zijn. Niet als rendementsinvestering, maar als levensstijlkeuze.

Het zijn gewoon twee totaal verschillende dingen. En misschien is de echte vraag niet welke optie beter is – maar wel : wat wil jij er eigenlijk mee ?